Dierenliefde is niet goed voor de natuur
DEN HAAG - Nu het buiten flink sneeuwt en vriest laait de discussie op of we dieren moeten bijvoeren of de natuur juist haar gang moeten laten gaan. De strijd tussen de dierenliefhebber en de ecoloog. „Of we hebben een mooie natuur met zielige dieren of een lelijke natuur met vrolijke beesten.”
Zie ook:
Dieren in de kou zijn niet zielig
Moet je ’s winters dieren bijvoeren of de natuur haar gang laten gaan? Volgens bioloog Midas Dekkers hangt het antwoord af van de vraag of je een dierenliefhebber of natuurbeschermer bent. Waar dierenbeschermers de vetbollen al buiten hebben hangen, staan natuurbeschermers handenwringend voor het raam, omdat al die exotische warmweerdieren eindelijk worden opgeruimd. „Mits die sukkels niet gaan bijvoeren, natuurlijk.”
Zelf rekent Dekkers zich tot de dierenliefhebbers, althans in de bewoonde omgeving; in zijn tuin hangen ook vetbollen, bekent hij. „Maar zodra er buiten een bordje natuurgebied hangt en de beesten van onze natuur komen genieten, moeten wij er met onze fikken afblijven. Ook al vriest het.” De bioloog vindt dat we voor dieren in onze omgeving, in en rond het huis en de stad, moeten zorgen. Maar je kunt natuurlijk overdrijven: „Mensen die bij het zien van een zielig vogeltje spontaan door hun reddingsinstinct naar buiten worden gedreven met een kacheltje en een voerkast, of mensen die een jong vogeltje mee naar binnen nemen, waarna ze na een week alsnog een grafje moeten graven.” De meeste dierenliefhebbers hebben er overigens geen moeite mee dat miljoenen dieren worden afgeslacht voor de vleesconsumptie, aldus Dekkers.
Vogelbescherming Nederland adviseert vogels in de tuin in de wintermaanden bij te voeren en zeker gedurende een vriesperiode zoals nu. Vogels sterven meestal niet door de kou, maar door een gebrek aan voedsel, zegt vogelkenner Ruud van Beusekom van Vogelbescherming Nederland. Veel (water)vogels trekken weg in de winter. Andere soorten hebben beschermingsmechanismen, waarbij een deel van de soort wegtrekt en een deel achterblijft. Bij het winterkoninkje is bijvoorbeeld genetisch bepaald welke vogel blijft en welke wegtrekt. De achterblijvers hebben het nu moeilijk omdat ze alleen kleine insecten eten. Volgens Van Beusekom kunnen mensen veel doen door in de herfst dode bladeren en takken in hun tuinen te laten liggen; kleine insecten blijven erop leven en egels kunnen er onder kruipen. Ook van bepaalde planten, zoals klimop met bessen en Gelderse Roos, kunnen veel vogels lange tijd eten.
Toch roept de kou bij veel mensen vragen op of dieren buiten wel goed zijn beschermd. Zo krijgt de Dierenbescherming iedere winter telefoontjes van bezorgde burgers die zich afvragen of de koeien en paarden het niet te koud hebben in de sneeuw. „Koeien, paarden en schapen kunnen wel tegen een stootje”, sust een woordvoerder van de Dierenbescherming.
Als het goed is zijn dieren aangepast aan de omstandigheden en omgeving, zegt Dekkers. „En zo niet, dan horen ze hier niet thuis en verdwijnen ze vanzelf.” Dat lijkt hardvochtig, maar is het niet. Dekkers: „Of we hebben een mooie natuur met zielige dieren of een lelijke natuur met vrolijke beesten.”
Ecoloog Frans Vera van Staatsbosbeheer vindt de wilde dieren niet zo snel zielig. Ze leven in vrijheid, zijn ’s zomers in een blakende conditie en in de winter teren ze daar op. Staatsbosbeheer heeft daarom als uitgangspunt dat dieren in natuurgebieden in de winter niet worden bijgevoerd. Door ze bij te voeren, worden ze actief in een periode dat ze niet actief behoren te zijn. „De balans tussen vet en vruchtbaarheid raakt verstoord”, legt Vera uit. Wanneer een wild paard, rund of hert de winter in gaat met een zogend jong, slaan ze in de lente een eisprong over om op krachten te komen. Worden de beesten daarentegen bijgevoerd, dan kan hun populatie wel met de helft toenemen, waardoor later veel meer dieren wegens overbevolking moeten worden afgeschoten. Bij een sterfte van gemiddeld 25 procent blijft de populatie stabiel. „Bijvoeren is dus op de lange termijn slecht voor de beesten.” Een winter zorgt volgens Vera ook voor een natuurlijke selectie. Meestal sterven oude of jonge dieren en blijven de sterkste over.
Vogels in de tuin kunnen wat Vera betreft rustig worden bijgevoerd. „Zo lang mensen maar geen zakken brood in het bos leeggooien.”
[
www.gelderlander.nl]
Vreemde jongens die natuur freaks,